zaterdag 23 mei 2015

Schopenhauer's wereldbeeld (SO6)



Een belangrijke gedachte van Leibniz is dat we in de best mogelijke aller werelden leven. Dit strookt niet met de opvatting van zijn landgenoot Arthur Schopenhauer. Hij poneerde de controversiële stelling dat onze wereld net de slechtst mogelijke aller werelden is. Deze idee hangt samen met de pessimistische visie die kenmerkend is voor Schopenhauer. Hij maakt een belangrijk onderscheid tussen de begrippen “zien” en “zijn”. De wereld heeft vele dingen die mooi zijn om te zien, maar die niet om ze te zijn. In de volgende paragrafen zien we hoe Schopenhauer tot deze niet voor de hand liggende conclusie komt.
Volgens Schopenhauer vindt er een voortdurende strijd plaats in de natuur. Wezens kunnen slechts overleven door elkaar op te eten. Door deze voortdurende strijd bestaat er een grote kwantiteit aan leed in onze wereld. Schopenhauer trekt deze gedachtegang ook door naar de mens, want intrinsiek is de mens ook een wezen dat in continu vijandschap leeft met zijn medewezens. Het is duidelijk dat Schopenhauer een zeer pessimistisch mens- en wereldbeeld aanhangt. Er kan een parallel getrokken worden met de befaamde natuurtoestand die Thomas Hobbes omschrijft in zijn boek Leviathan. Hij spreekt daar over een oorlog van allen tegen allen. Deze woorden neemt Schopenhauer nog net niet in de mond, maar hetzelfde pessimisme schemert door in zijn teksten. Dit wordt duidelijk in volgend citaat.
“En op deze wereld, dit strijdtoneel van gekwelde en angstige wezens, die slechts kunnen bestaan doordat de één de ander opeet, waar elk roofdier het levende graf is van duizend andere dieren en zijn zelfbehoud een keten van marteldoden vormt, waar vervolgens met de toename va kennis ook het vermogen om te lijden toeneemt, een vermogen dat bij de mens zijn hoogste peil heeft bereikt, en dat des te hoger, naarmate hij intelligenter is – welnu, op deze wereld heeft men het systeem van het optimisme willen toepassen en men heeft ons willen bewijzen dat ze de beste van alle mogelijke werelden is. De absurditeit is schrijnend. (Schopenhauer : 724)
Hieruit leidt Schopenhauer af dat onze wereld zodanig ingericht is dat ze met een bepaalde kwantiteit aan leed nog net kan bestaan. Als er meer leed in onze wereld zou zijn, zou die niet meer kunnen bestaan. Volgens Schopenhauer naderen we de grens van het leed dat de wereld kan verdragen. Als we deze grens bereiken, kan de wereld niet meer bestaan. Hij geeft vele concrete voorbeelden in zijn tekst, van dingen die de het leed zodanig zouden verhogen dat de grens bereikt is. Dit moeten we niet letterlijk, maar eerder als een metafoor interpreteren. Schopenhauer wil aantonen dat we de wereld aan het vergooien zijn op de manier waarop de mensheid er gebruikt van maakt. Opmerkelijk is dat hij reeds in de 19e eeuw zulk relevant idee neerschrijft.
Uit voorgaand argument trekt Schopenhauer zijn befaamde conclusie, die de gedachte van Leibniz omkeert : deze wereld is de slechtst mogelijke aller werelden.
Hoewel deze gedachte van Schopenhauer op het eerste zicht moeilijk verdedigbaar lijkt, slaagt hij er toch in een plausibele redenering uit te werken. Hoewel veel mensen het niet eens zullen zijn met zijn stelling, zet ze toch aan tot denken, wat altijd een goede zaak is. Bovendien vormt zijn opinie een sterk contrast met de gedachten van vele andere filosofen uit de tijd van Schopenhauer, wat de gedachte zeker waardevol maakt, als tegenstem tegenover de heersende opinie. Schopenhauer’s wereldbeeld is een centrale gedachte in zijn filosofie. Ze valt te verbinden met de ‘wil’, de belangrijkste term uit zijn denken. Net door de wil zijn we veroordeeld tot een leven op deze wereld, hoewel het volgens Schopenhauer beter zou zijn dat we nooit geboren waren. Hoewel de wereld zo slecht is in de ogen van Schopenhauer, is het toch interessant dat er een gedachte van zorg voor de aarde eveneens doorschemert in zijn idee. Zo blijkt dat pessimisme over de hele lijn volhouden, een haast onmogelijke is.

Bibliografie
Schopenhauer, Arthur. 1886. The World as Will and Idea. London: Routledge.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.